Gevolgen van het nieuwe partnerbegrip voor de hypotheekrente aftrek bij echtscheiding

Aftrek van hypotheekrente is alleen mogelijk voor de eigen woning die het hoofdverblijf is van een belastingplichtige. Als mensen echter duurzaam gescheiden gaan leven, dan verlaat een van beide echtgenoten de gezamenlijke woning. Alleen degene die in de woning blijft wonen kan in beginsel nog de hypotheekrente aftrekken in zijn of haar aangifte inkomstenbelasting.

Voor echtscheidssituaties is daarom een speciale regeling opgenomen. Deze regeling hield tot en met 31 december 2010 in dat degene die de woning had verlaten de hypotheekrente kon blijven aftrekken gedurende ten hoogste 2 jaren, nadat hij/zij de woning had verlaten. De woning moet die periode wel als hoofdverblijf beschikbaar staan aan de (ex) echtgenoot.

Het partnerschap eindigt na 1 januari 2011 niet meer bij duurzaam gescheiden gaan leven, maar pas op het moment dat het verzoek tot echtscheiding is ingediend.

De hierboven genoemde tweejaarstermijn van de echtscheidingsregeling zou door deze wijziging pas aanvangen op het moment dat het echtscheidingsverzoek is ingediend. Over de periode tussen het moment dat de echtgenoten duurzaam gescheiden gaan leven en het moment dat het verzoek tot echtscheiding is ingediend kan door de echtgenoot/echtgenote die de gezamenlijke woning heeft verlaten géén hypotheekrente worden afgetrokken.

Het kabinet heeft besloten dat de echtscheidingsregeling aanvangt op het moment dat de partners duurzaam gescheiden gaan leven. De echtscheidingsregeling met betrekking tot de hypotheekrenteaftrek is derhalve niet gewijzigd.

De echtgenoot/echtgenote die de woning heeft verlaten, kan in het geval deze al een nieuwe eigen woning heeft, ook vanaf 1 januari 2011 nog maximaal twee jaar lang voor beide woningen de hypotheekrente aftrekken.